Tijdens de terugkommiddag voor architecten in Oost-Nederland kwamen tien architecten samen bij Architectuurcentrum Het Rondeel in Deventer om te bespreken hoe biobased bouwen zich ontwikkelt in hun praktijk. Deelnemers varieerden van ervaren biobased ontwerpers tot nieuwe gezichten die bijna allemaal de biobased-training hadden gevolgd afgelopen oktober. Wat opviel, was de overtuiging dat biobased bouwen steeds meer vanzelfsprekend wordt. Veel architecten passen het al toe of stimuleren het actief bij opdrachtgevers, die hiervoor nog niet altijd openstaan. Kennisdeling speelt daarbij een grote rol.
Waarom biobased?
Inger Kammeraat, begeleider van de architectentrainingen en projectleider Kennis en Leren binnen Building Balance, schetste de noodzaak van biobased bouwen. Europese regelgeving stuurt steeds meer op CO₂-budgetten, waarbij materiaalgebonden emissies zwaar meewegen. Daardoor wordt de CO₂-impact van ontwerpen een harde randvoorwaarde, niet een vrijblijvende indicator.
Steeds meer architecten rekenen daarom actief de CO₂-footprint van hun ontwerpen door. Dat geeft inzicht in de invloed van materiaalkeuzes en maakt ontwikkelingen door de jaren heen zichtbaar. Tegelijkertijd zien zij dat beleggers plafondwaarden gaan gebruiken voor materiaalgebonden uitstoot, waardoor duurzame ontwerpkeuzes ook financieel relevanter worden.
Nieuwe kennis, nieuwe tools, nieuwe dynamiek
De deelnemers bespraken tal van recente ontwikkelingen. Zo wordt gewerkt aan een breed trainingsprogramma voor de hele bouwketen, zodat kennis niet beperkt blijft tot architecten. De Nationale Kennisbank Biobased Bouwen (www.nkbb.org) biedt daarbij een waardevolle verzameling documenten en handreikingen.
Nieuwe publicaties zoals Mass timber housing in detail van Urban Climate Architects en zoals het onderzoek van Kraaijvanger Architecten ‘Houvast aan hout’ naar houten gevels, helpen ontwerpers verder. Net als het Bouwkompas van Building Balance, dat kosten inzichtelijk maakt en daardoor eerlijke vergelijkingen laat zien. Een onderwerp dat veel reacties opriep, was de onduidelijkheid over het exacte biobased percentage van materialen. Door bindmiddelen en afwerkingen is die informatie vaak moeilijk te achterhalen. De architecten pleitten daarom ook allen voor uniforme en transparante overzichten die dit inzicht direct geven.
Mythes ontmantelen: de beren op de weg zijn hardnekkig
Ondanks alle kennis blijven dezelfde mythes terugkeren in gesprekken met opdrachtgevers en aannemers. Onzekerheden over levensduur, vocht, schimmel, verzekerbaarheid of ongedierte zijn hardnekkig, terwijl ze allang weerlegd zijn. Building Balance gaat daarom campagne voeren om deze misverstanden actief te adresseren. Tegelijkertijd werd benadrukt dat gezondheid, misschien wel het grootste voordeel van biobased bouwen, veel zichtbaarder mag worden. De bijdrage aan een gezond binnenklimaat en daarmee aan het welzijn van bewoners is groot, maar krijgt in projectgesprekken nog te weinig aandacht.
Praktijk
Een inspirerend voorbeeld kwam van Martin Huiskes van Architecten VoorMorgen. Zijn bureau heeft de duurzame koers stevig verankerd in de organisatie. Door de BNA-commitmentverklaring “Wij gaan circulair” en het Biobased Commitment 30-30-30 van Building Balance te ondertekenen, maar ook deel te nemen aan provinciale programma’s op het gebied van Toekomstbestendig Bouwen, kiest het bureau niet alleen in woorden maar ook in werkwijze voor verandering.
VoorMorgen werkt momenteel aan CO₂-nulmetingen en monitort vanaf dit jaar zo de effecten van hun ontwerpkeuzes. Het bureau kiest bewust adviseurs die aansluiten bij de eigen waarden en richt zich met LAB2026 volledig op circulair en biobased ontwerpen, als vervolg op passief bouwen, dat vorig jaar centraal stond.
Waar zit de echte versnelling?
Uit de open discussie bleek dat de beweging richting biobased bouwen volop gaande is, maar dat de snelheid sterk wordt bepaald door de keten. Zelfstandige architecten kunnen sneller schakelen, terwijl grotere bureaus meer impact hebben zodra ze in beweging komen. De rol van opdrachtgevers bleek cruciaal: wanneer zij overtuigd zijn, ontstaat er ruimte voor duurzame keuzes. Omdat hun kennis soms beperkt is, weten ze echter niet altijd wat ze moeten uitvragen.
Aannemers vormen een andere belangrijke factor. Architecten merken dat aannemers vaak zeggen dat ze biobased kunnen bouwen, maar dat de praktijkervaring nog ontbreekt. Er is behoefte aan toegankelijke trainingen en e-learnings, die Building Balance aanbiedt, om dit gat te dichten. Ook conceptueel bouwen werd uitgebreid besproken. Hoewel prefab en industrieel bouwen in theorie een versneller kunnen zijn, zitten veel bestaande concepten nog vast in traditionele systemen die biobased opties beperken. Daarnaast kwam de belangrijke rol van woningcorporaties aan bod. Zij kunnen met gerichte, prestatiegerichte uitvragen grote beweging in de markt veroorzaken en daarmee de positie van boeren en producenten in de keten versterken.
Vooruitkijken
De bijeenkomst maakte duidelijk dat er volop motivatie en ontwikkeling is, maar ook behoefte aan verdieping. Daarom wordt de groep opnieuw in het najaar uitgenodigd om ervaringen te delen, vragen te bespreken en samen te ontdekken wat nodig is om biobased ontwerpen verder te verankeren in de praktijk. Door ervaringen te delen en samen te leren, groeit de beweging sneller dan wanneer iedereen afzonderlijk aan oplossingen werkt.





